Basisgrammatica 1


Bijvoeglijke bepalingen staan achter het zelfstandig naamwoord:

Zelfstandig naamwoord: rumah - huis
Bijvoeglijk naamwoord: besar - groot
 
(zie ook samengestelde woorden)
Palang Merah Het Rode Kruis
De Stille Kracht (titel van een boek/film Kekuatan Diam
rumah nyaman een geriefelijk huis 
babi panggang (2 g's!!) geroosterd/gegrilde varken
ayam bakar geroosterde kip
ayam panggang gegrilde kip
cinta sejati echte (ware) liefde
meja bundar een ronde tafel
anak kecil een klein kind
bir dingin koud bier
kopi panas  warme koffie
penyakit sapi gila gekkekoeienziekte
hujan deras zware regenval
celana panjang/pendek lange/korte broek
makanan kedaluwarsa voedsel dat voorbij de houdbaarheids-
datum is (kedaluwarsa=verouderd, over tijd)
(sebuah) cerita panjang een lang verhaal
dunia maya de virtuele wereld; 'cyberspace'
mata gelap razernij; mata = oog; gelap=duister - hier wordt bedoeld een toestand van verstandsverbijstering
jaminan sosial, tunjangan sosial sociale uitkering
wisata kiamat ramptoerisme

Een opmerking die hier wellicht op zijn plaats is.
Wat in uw gedachten op de voorgrond staat (waarop u de meeste nadruk wilt leggen) wordt aan het begin van de zin geplaatst.
Een groot huis Rumah besar.
Dat huis is groot Rumah itu besar.
Dat grote huis. Rumah besar itu
Dat is een groot huis Itu rumah besar.
Wat een groot huis! Besar rumah itu!

Inmiddels heeft u al kennisgemaakt met het aanwijzend voornaamwoord
itu = dat;
Het aanwijzend voornaamwoord dit = ini.

ini buku - dit is een boek.
Of: dit zijn boeken; zie hiervoor het onderdeel meervoud en woordverdubbeling >>
buki ini - dit boek.

Overigens kunnen deze woorden itu en ini ook vertaald worden met 'het' of 'de'.

Anak sakit itu - het / dit zieke kind.
Hidup (kehidupan) ini sulit - Het leven is moeilijk.

'Hebben' in de betekenis van bezitten

Pak Amin ada isteri dan anak. Meneer Amin heeft vrouw en kinderen.
Buku saya banyak. Ik heb veel boeken.
Pohon itu berbuah banyak. Die boom heeft veel vruchten.
Saya tidak ada uang. Ik heb geen geld.
Kami ada bami dan bakso. Wij hebben bami en bakso.
(In de betekenis van "We hebben bami en bakso
op het menu staan." Dus, er is bami en bakso.
Hier heeft ada dus ook de betekenis van "aanwezig zijn".

Het koppelwerkwoord 'zijn' ontbreekt

Ik ben ziek. Saya sakit.
Jij bent ziek. Kamu sakit.
U bent ziek. Anda sakit.
Hij is ziek. Dia sakit.
Wij zijn ziek. Kami/Kita sakit.
Jullie zijn ziek. Kalian sakit.
Zij zijn ziek. Mereka sakit.
   
Mereka bangkrut. Zij zijn bankroet.
Pisau saya tajam. Mijn mes is scherp.
Rumah itu besar. Dat huis is groot.
Meja itu bundar. Die tafel is rond.
Saya lelah. Ik ben moe.
Kamu pertama. Jij bent eerst.
Itu salah. Dat was/is fout.
Ini apa? Wat is dit?
Apa soalnya? Wat is het probleem?

Apa soalnya? - Wat is het probleem (de kwestie)?

Voor het gebruik van apa >>
Voor het gebruik van het achtervoegsel nya >>

'Ada ' - 'zijn', in de betekenis van 'aanwezig zijn',  'zich bevinden':

Ibu Y. ada di rumah? Is mevrouw Y. thuis?
Di sini ada berapa kamar? Hoeveel kamers zijn er hier?
Di kota ada banyak toko. Er zijn veel winkels in de stad.

'Ada' vooraan in een zin betekent 'er is', 'er was', 'er zijn', 'er waren':

Ada kamar kosong. Er is een lege kamer.  Of, er zijn lege kamers. Zie hiervoor  meervoud en verdubbeling >>
Ada kapal banyak. Er zijn veel schepen.
Ada rumah besar. Er zijn grote huizen.
Ada gula, ada semut. Waar suiker is, daar zijn veel mieren.
Ada berapa hari dalam setahun? Hoeveel dagen telt een jaar?
 

'Adalah' wordt gebruikt om iets nader te bepalen:

Saya adalah saya. Ik ben ik.
Dia adalah guru.
of: Dia seorang guru (professie)
     Saya seorang guru
Hij is leraar
Segala permulaan adalah sukar. Alle begin is moeilijk.
Pembeli adalah raja. De klant is koning.
Lelaki itu adalah ayah saya. Die man is mijn vader
Waktu adalah uang. Tijd is geld.
Telomoyo adalah (sebuah) gunung
yang terletak di Jawa Tengah.
Telomoyo is een berg die op
Midden-Java ligt.
 
Borobudur adalah salah satu
monumen kuno terbaik di dunia.
De Borobodoer is een van de mooiste
oudste monumenten op aarde
 
Ilmu pengetahuan adalah kekuatan. Kennis is macht.
NB: Het achtervoegsel -lah wordt ook gebruikt om iets te benadrukken, een bevel te verzachten of om beleefdheid uit te drukken.